Van schema tot kant en klare print Inhoud: 1.1 Het overzetten van het schema in een gedrukte bedrading 1.2 Het overbrengen van de layout op de print 1.3 Belichten van de print 1.4 Ontwikkelen van de belichte print 1.5 Het etsen van de print 1.6 Het boren van de print 1.1 Het overzetten Bij de vervaardiging van een printplaat is de voorbereiding het meeste werk, dat wil zeggen dat de te maken verbindingen volgens het schema over te zetten in een print layout. Om een optimale weg voor de printsporen tussen de componenten te vinden is bepaald geen eenvoudige opgave. Kruisingen die op het schema staan zijn namelijk op de print niet mogelijk. Het is zaak eerst een schets van de schakeling te maken. Als de schets gereed is en terdege gecontroleerd, dan kan worden begonnen met het overbrengen op de print. Voor een aantal onvermijdelijke kruisingen kunnen draad- bruggen worden voorzien. Probeer altijd wel het aantal draad- bruggen zoveel mogelijk te beperken!! Het maken van de printsporen en componentenaansluitingen kan met in de handel verkrijgbare afwrijfsymbolen en sporen. Let op de juiste afmetingen van de componenten. Bij eenvoudige en kleine printjes kan eventueel met een etsbestendige viltstift de layout op de koperlaag worden getekend. Als de schakeling omvangrijker en ingewikkelder wordt is boven- staand niet meer of zeer moeilijk te realiseren. In dat geval maak je een nauwkeurige tekening van de layout met zwarte inkt op een 1 op 1 schaal. Hierbij is een tekensjabloon een onmisbaar hulpmiddel. Met bijna alle fotocopieerapparaten is tegenwoordig een copie op doorzichtig plastic te maken. Op die manier kan men van de tekening een folie-afdruk maken. Plastic folie wordt bijvoorbeeld gebruikt om tekeningen voor overhead projectoren te maken. 1.2 Het overbrengen van layout op print De printsporen op de folie moeten op de koperlaag van de print worden overgebracht. Ook hier komt de fototechniek ons weer te hulp. Als men gewoon printmateriaal gebruikt, moet de koperlaag eerst grondig worden ontvet en ontdaan van de aanwezige oxide- laag. De gewone huishoud schuurmiddelen zijn hiervoor zeer geschikt (schuursponsje, staalwol e.d.). Hierna moet het reinigingsmiddel met veel water worden weggespoeld. Als het water als een egaal vlies over het koper loopt, is dit een teken, dat vet en oxide zijn verwijderd. Nu moet de print worden gedroogd, waarbij een f”hn of een straalkachel goede diensten kan bewijzen. Gebruik liever geen droogdoek; er zouden vezels op het koper achter kunnen blijven. De print is nu gereed om met lichtgevoelige lak te worden behandeld. Deze lak, bijv. "POSITIV 20" is in spuitbussen verkrijgbaar en moet gelijkmatig en dun worden opgespoten. Dit kun je bij gewoon daglicht doen, zolang je tenminste direct zonlicht vermijdt. De fotolak moet in het donker drogen. Bij omgevingstemperatuur duurt dit ca. 24 uur. Het proces kan echter in een oven tot enkele tientallen minuten worden beperkt. Hiervoor leg je de print in een koude oven, die dan op 65øC wordt gezet .Let op ! want bij een gasoven is een instelling op deze temperatuur nauwelijks mogelijk. De minimum temperatuur van gasovens bedraagd al gauw 100øC. Droging bij 65øC neemt 30 tot 40 minuten in beslag. De print is dan goed droog en kan belicht worden. Als je het bovenstaande te veel werk vindt of te ingewikkeld, treur dan niet want er is klant en klare fotogevoelige printplaat te koop.Deze wordt in een donkere folie geleverd. 1.3 Belichten van de print De plastic folie met de layout wordt op de met fotolak geprepareerde print gelegd. Hierover leg je een schone glasplaat om een goed contact te krijgen tussen de folie en de print. Nu kan de print belicht worden. Hiervoor heb je een UV-lamp nodig van 300 W. en deze hang je op een afstand van ca.25 tot 35 cm boven de print. De belichtingsduur is afhankelijk van de dikte van de lak en van de toegepaste soort en ligt tussen 1 en 6 minuten. De juiste belichtingstijd kan je het best proefondervindelijk vaststellen, want dit kan nog wel eens wisselen. Maak vooral notities van je resultaten, zodat je de tijden van de best gelukte proef voor de volgende printen kunt gebruiken. 1.4 Ontwikkelen van de belichte print Ook het ontwikkelen is een uit de fototechniek afkomstige procedure. De ontwikkelvloeistof (ontwikkelaar) is een loog, dat men zelf kan samenstellen, door 7 gram natronloog in een liter water volledig op te lossen. Hou je nauwkeurig aan de hoeveel- heden, omdat de mogelijkheid bestaat dat de print overetst wordt. In dat geval worden de koperbanen aangetast. De print wordt op dezelfde manier ontwikkeld als een foto. Dompel de print onder in de ontwikkelaar, na zo'n 2 to 5 minuten wordt het printpatroon duidelijk zichtbaar. Spoel nu de print in stromend water goed af. Voorkom dat de huid in aanraking komt met de ontwikkelaar, gebeurt dit toch, spoel dan af met veel water. 1.5 Het etsen van de print Nu moet het overbodige koper van de print worden ge-etst. Als etsmiddel wordt meestal ijzer-tri-chloride gebruikt alhoewel men steeds vaker overstapt op ammoniumpersulfaat omdat het milieuvriendelijker is en het een lagere etstemperatuur nodig heeft. Dit middel is in poedervorm verkrijgbaar en moet volgens de bijgeleverde gebruiksaanwijzing worden verdund. De fotolak is zuurbestendig, zodat de door de lak bedekte kopersporen niet kunnen worden aangetast. Na be‰indiging van het etsen blijven de kopersporen als geleider op de print achter. Het etsen zelf duurt ongeveer 3 tot 8 minuten. Het etsmiddel moet een temperatuur van 25 to 40øC hebben en tijdens het etsen voortdurend door roeren in beweging gehouden worden. De duurdere etsapparaten hebben een ingebouwde verwarming en luchtpomp om deze functies over te nemen. Als het blanke koper volledig verdwenen is wordt de print goed gespoeld. Ook hier oppassen dat je geen etsmiddel op je huid krijgt. Gebeurt dit toch, spoel het dan onder de stromende kraan goed af. Nadat de print ge‰tst is, is hij nog niet helemaal klaar. De printsporen zijn nog bedekt met fotolak. Dit kun je verwijderen met staalwol of met spiritus en de print is klaar. 1.6 Het boren van de print Om de componenten aan te kunnen brengen moet je gaten boren in de aansluitvlakjes. Afhankelijk van de te monteren onderdelen moet je een boortje van 0,8; 1,0 of 1,5 mm gebruiken. Het is aan te raden een boorstandaard te gebruiken en een niet te grote boormachine. Boormachine met een klopboorstand zijn zeker te groot en hebben te veel speling op de boorkop om dit fijne werk te doen. Het best is eigenlijk een speciaal miniatuur boormachine, maar de aanschaf hiervan is eigenlijk alleen maar aan te bevelen als je veel printen maakt, omdat deze handige dingetjes nog behoorlijk prijzig kunnen zijn. Wil je zelf printen maken en heb je het idee dat je niet genoeg hebt aan deze tekst ? Laat gerust een berichtje achter in : Almere BBS tel.03240-62502 of 62504 t.n.v. John Tukker Veel succes !!!