BEGEERTE ALS BRON VAN LEED 1 Inleiding [1] Geen mens kan leven zonder verlangens of begeerten, er zijn er eindeloos vele, maar zij hebben niet alle gelijke gevolgen. Wat ze gemeen hebben: elke begeerte is de oorzaak van leed. [2] Begeerten kunnen verdeeld worden in drie soorten: instinctieve, impulsieve en goddelijke. Instinctieve begeerten worden opgewekt door zuiver lichame- lijke gevoelens zoals honger en dorst. Ze zijn neutraal, niet goed en niet slecht, maar onvermijdbaar. [3] Voor impulsieve begeerten moet je oppassen. Sommige zijn zo hevig, dat hun overvuld blijven je geest geheel uit evenwicht brengt. Je kan aan niets anders meer denken. De obsessie die daaruit ontstaat ontneemt je de vreugde aan alle andere dingen in je leven. Bij andere gewone impulsieve begeerten hindert het onvervuld blijven ons een tijd lang, maar daarna vergeten we ze weer. [4] Begeerten kunnen leiden tot hebzucht, lust en toorn de drie poorten van de hel en nog vele andere ondeugden daarbij. Haat, afgunst, hoogmoed, gulzig- heid, jaloezie enz. Begeerten die tot al deze gevoelens leiden moeten voortdurend met kracht onderdrukt worden, anders wordt je leven een straf. [5] Onderdrukken van begeerten gaat het beste door een tegengestelde wens te gaan koesteren. Een wens van hogere orde al is deze tegengesteld vervult een wens van lagere orde. Bijv.: je verbeeldt je dat je het roken en drinken niet kunt laten, maar bent een goed tennisspeler en wil trachten het kampioenschap te winnen. Om dit te bereiken moet je in goede conditie zijn; dus geef je roken en drinken op. [6] Voorts: stel dat je een groot kwaad van een ander hebt ondervonden, en je wilt niets liever dan je wreken. Maar je weet dat dit niet goed is en dus dwing je jezelf tenslotte de ander te vergeven. Als dat lukt, voel je een veel grotere vreugde dan je ooit gevoeld zou hebben door wraak te nemen. Om een obsederende wens te overwinnen, moet je dus trachten een tegengestelde wens te vinden die beter is. Probeer dit telkens weer. Hoe vaker het lukt, hoe gemakkelijker het wordt. [7] Niet elke impulsieve begeerte leidt tot ondeugd, maar dan toch wel tot zich ongelukkig voelen. Het kan niet anders. Kijk eens naar de meest voorkomende: begeerte naar objecten en personen. Op zichzelf is dit niet 'slecht', maar leidt onomstotelijk tot gehechtheid, gebondenheid aan die begeerde objecten en personen. Bijv.: een tevreden handelaar is onverwacht rijk geworden en omringt zich met luxe voorwerpen, waar hij eerst geen behoefte aan had. Door zich eraan te hechten, krijgen zij macht over hem. Dat blijkt wanneer het rad van fortuin weer een slag draait en hij het weer zonder luxe moet stellen; dan kan hij zijn vroegere tevredenheid niet herwinnen. [8] Gebondenheid aan een persoon leidt tot nog veel groter smarten. Om toch vooral de vriendschap of liefde van een bepaalde persoon te behouden, doe je alles om hem/haar te plezieren... en bereikt daardoor precies het omgekeerde! Want de vriend of geliefde wordt daardoor trots, voelt zich de meerdere, ja, tracht misschien zelfs te kwetsen, omdat hij er zeker van is je toch niet te zullen verliezen! De begeerde ander houdt zich hoe langer hoe meer op een afstand en gaat langzamerhand vaak verachting voelen voor degene die zo uitermate op zijn vriendschap of liefde is gesteld, omdat hij weet dat hij macht over de ander heeft. Zorg er dus voor om nooit in iemands macht te raken. Bind je nimmer 'met lichaam en ziel' aan een persoon, want dan kan je leven een hel zijn. Heb lief, maar blijf je zelf, niet gehecht, ongebonden, zonder begeerte of verlangen. [9] De derde groep, de hogere of goddelijke begeerten, kunnen we het beste verlangens noemen. Daartoe behoren alle wensen die in je opkomen wanneer God het middelpunt is van je gedachtenwereld. Je verlangt dan alleen naar geestelijke dingen, omdat je je in dat geval openstelt voor de wil van God en je eigen persoonlijkheid verliest. [10] 'Uw wil geschiede'. De geest van de mens die zover is dat hij dit steeds, onder alle omstandigheden kan zeggen, wordt een instrument van God. God spreekt dan door zijn mond om Zijn liefde en wijsheid op aarde te openbaren. Zo iemand is altijd gelukkig, want in hem is het koninkrijk der hemelen. [11] Men moet zich dus losmaken van begeerten naar wereldse goederen en gehecht- heid aan andere mensen, omdat al deze dingen of tot ondeugden leiden, of potentiele oorzaken zijn van smart. Dit is het principe dat tevens ten grondslag ligt aan de vrijwillige armoede en het celibaat van de monniken. Men is er niet ongelukkiger om, wanneer men er een gewoonte van maakt wereldse goederen en genietingen te vermijden. Men wordt door overwonnen begeerten niet zuur of zwaarmoedig. Integendeel, je voelt je vrij, vrolijk en opgewekt, als je tenminste je geest vervult met gedachten aan God. [12] Heb je die toestand bereikt, dan moet je je aandacht geen moment laten verslappen, je moet voortdurend op je hoede zijn om niet terug te vallen, want verleidingen liggen overal op de loer. Wees in dat geval niet toegevend voor jezelf, maar hard. Tracht zelfbeheersing te beoefenen. Bovenal: geef niet op. Begeerte is je ergste vijand, die steeds weer aanvalt, die opkomt in groten getale en in allerlei vorm. [13] Wanneer een begeerte zich aan je opdringt, moet je terstond met kracht aan iets anders denken, je geest moet automatisch 'nee' zeggen! [14] Wanneer je begeerteloos wordt, word je vanzelf deugdzaam. Hebzucht verandert in vrijgevigheid. Haat in sympathie. Slecht humeur in vriendelijkheid. Rusteloosheid in kalmte. De energie die je eerst misbruikte om je eigen vele begeerten te vervullen, wordt dan geconcentreerd op het verlangen naar God. Pas dan verander je in een waarlijk dynamische persoonlijkheid. [15] Zo'n evolutie vindt geleidelijk plaats, mits je blijft volharden. Een grote hulp om dit doel te bereiken is concentratie op het steeds voor ogen zijnde ideaal. Denk veel aan degenen, die hun leven hebben gegeven om dit aan de mensheid te leren. Het meest sprekende voorbeeld voor ons westerlingen is de persoon van Jezus Christus. 2 Samskaras en gehechtheid aan begeerten [1] De Indiase filosofie leert: 'Elke handeling, die wij met plezier verrichten, willen wij herhalen, omdat deze een Samskara (indruk) in ons astrale of etherische lichaam teweegbrengt. Een Samskara kan men het best vergelijken met een groeve in een grammofoonplaat. [2] Het is enkel het astrale lichaam dat de Samskaras meedraagt van het ene aardse bestaan naar het andere. Alleen ons grove lichaam sterft en wij laten het na elk aards bestaan achter, zoals een slang zijn oude huid afwerpt. Gedurende al onze levens of pelgrimstochten op aarde worden wij beinvloed door deze Samskaras, die in het astrale lichaam zijn gegroefd door onze begeerten en verlangens tijdens een vorig aards bestaan. [3] Wij zijn dus als gevolg daarvan in ons tegenwoordig leven opnieuw geneigd tot dezelfde dingen, waartoe wij ook in een vorig leven geneigd waren. Geven wij ook nu daar weer aan toe, dan wordt de Samskara, de groeve van begeerte, nog dieper. Deze kan tenslotte tot een verslaafdheid leiden. Geven wij niet toe, dan verdwijnt de groeve langzamerhand. [4] De Samskaras zijn de gevoelens, veroorzaakt door onze handelingen in vorige levens, die wij in kiemvorm in ons etherische lichaam met ons meedragen en die kunnen uitgroeien tot gelijksoortige handelingen in dit leven. De kiemen zijn ontstaan niet door de handelingen zelf, maar door de gehechtheid aan het genot dat men tijdens die handelingen voelt. [5] Werkelijke onthechting heeft een vermindering van Samskaras tot gevolg, terwijl het steeds herhalen van handelingen waaraan men gehecht is, verdieping veroorzaakt. Aan deze kringloop moet je je trachten te onttrekken, wanneer je je tenminste van aards genot naar geestelijke vreugde wilt opheffen. [6] Samskaras kunnen betrekking hebben op de liefde, maar ook op kleine en op zichzelf onbelangrijke dingen, zoals bijv. een bad nemen. Je mag wel een bad nemen, maar als je dit overmatig heerlijk gaat vinden, schept ook dit een Samskara. Ontegenzeggelijk zijn de Samskaras van liefde en lust de diepste in ieder mensenleven. Toch moeten wij onze aardse liefdesverlangens eens uitroeien, wanneer wij God willen bereiken. Dat kunnen wij alleen wanneer ons verlangen naar Hem zo groot is, dat er daarnaast eenvoudig geen plaats meer in ons is voor welk kleiner verlangen dan ook. [7] Dit alles is niet eenvoudig te verwezenlijken. Daarom moet een aspirant yogi vele jaren de yogadeugden beoefenen voor zijn goeroe hem sannyasa geeft, d.w.z. tot monnik wijdt. Dan eerst mag hij het oranje kleed gaan dragen als symbool van het vuur dat zijn vroeger leven met al zijn begeerten heeft verbrand.